Motorrijbewijs

Inhoud
                   
        Inlopend achteruit parkeren in parkeervak
                            Rijden van een langzame slalom
                   
        Rijden van een acht
                            In beperkte ruimte halve draai maken
                            Met geringe snelheid rijden
                            Wegrijden uit parkeervak
                            Slalom met stops
                            Uitwijkoefening
                            Snelle slalom
                            Noodstop
                            Precisiestop

                            Stopproef



 

 

 


Copyright © 1999 Rijschool van Riel. Alle rechten voorbehouden. 
                   Laatst bijgewerkt: dinsdag 11 maart 2008

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.    inlopend achteruit parkeren in parkeervak.
Lopend aan de linkerkant van de motor met twee handen aan het stuur tot voorbij het denkbeeldig parkeervak. Achteruit lopend met tenminste een hand aan het stuur d.m.v. een bocht de motor in het parkeervak parkeren. De motor op de standaard plaatsen en daarna weer van de standaard halen. Vooruit het parkeervak uitlopen en naar rechts afbuigen tot aan de laatste verkeerskegel.

 

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 2.   rijden van een langzame slalom
        U rijdt in één richting zonder onderbrekingen, beheerst en met beide voeten op de
        voetsteunen, de aangegeven
bochten tussen zes kegels.

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 3.   rijden van een acht
        U rijdt, met beide voeten op de voetsteunen, een volledige acht binnen een door
        kegels aangegeven ruimte.

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 4.   in beperkte ruimte halve draai maken.
        U rijdt en keert de motor binnen een beperkte ruimte in één vloeiende beweging.


T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.    met geringe snelheid rijden.
U rijdt met de motor over een afstand van tenminste 20 m stapvoets in één rechte lijn zonder onderbrekingen, met beide voeten op de voetsteunen. 

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6.    wegrijden uit parkeervak.
U rijdt vanuit stilstand uit een parkeervak naar de door de examinator aangegeven richting
. De bocht wordt gecontroleerd en haaks genomen.

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7.    slalom met stops.
Met de motor recht op de middellijn van de oefening aanrijden en vervolgens om de verkeerskegels heen rijden. Bij de twee poortjes een stop maken waarna het parcours weer gevolgd wordt. Bij het verlaten weer in een rechte lijn wegrijden.

 

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8.    uitwijkoefening.
Met 50 km/h het eerste poortje passeren, daarna zonder te remmen uitwijken langs de obstakels en weer terugkeren naar de denkbeeldige eigen weghelft.

 

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.    snelle slalom.
Met tenminste 30 km/h in een rechte lijn aanrijden en sturend vanuit de heupen met een constante snelheid de slalom nemen, waarna er weer in een rechte lijn verder wordt gereden.

 

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10.   noodstop.
Met een constante snelheid van 50 km/h aanrijden en bij het poortje de remming inzetten met gebruik van beide remmen. De remweg zo kort als mogelijk houden met behoudt van de controle over de motorfiets.

 

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11.   precisiestop.
Met een constante snelheid van 50 km/h aanrijden en bij het poortje de remming inzetten met gebruik van beide remmen. De remweg verdelen over een afstand van ongeveer 17 meter door gelijkmatig te remmen. Volledig tot stilstand komen bij het tweede poortje. Kort voor stilstand terugschakelen naar de 1e versnelling.

 

T e r u g

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12.   stopproef.
Met een constante snelheid van 50 km/h aanrijden en bij het poortje de remming inzetten met gebruik van beide remmen. Met een forse technisch goede remming tot stilstand komen. Kort voor stilstand terugschakelen naar de 1e versnelling.

 

T e r u g